^^

IJsdikte verwachting



Eerste toertocht in Friesland een feit: - woensdag 06 januari 2010 Earnewâld

In Earnewâld gingen woensdagmiddag honderden mensen het ijs op nadat Jan Douwe Kroeske het startschot gaf. Hij schaatste zelf ook de tocht in de Jan Durkspolder samen met vele anderen op het niet al te beste polderijs. Vorig jaar werd de tocht drie dagen eerder verreden op 3 januari. Er waren destijds ruim 2000 schaatsers op de been omdat die dag viel op een zaterdag en tevens in de vakantie plaatsvond. Woensdag kwamen een kleine duizend mensen naar Earnewâld om te schaatsen.

De eerste toertocht in Earnewâld kwam enigszins negatief in het nieuws doordat de KNSB de tocht niet goedkeurde. IJsmeester Anne Braaksma van Tytsjerksteradiel keurde namens de gemeente het ijs wel goed. Smallingerland maakte gebruik van dezelfde ijsmeester waardoor de tocht gewoon door kon gaan.


 

Let op !!: Als het ijs niet (net in Frysk) sterk genoeg is, kun je deze taferelen verwachten.

 

IJsgroeimodel KNMI van belang voor ijsmeester Elfstedentocht

Vorming natuurijs ingewikkeld proces

  HINNE BOKMA

Leeuwarden
– Het gaat vriezen. Met een krachtige oostelijke wind wordt koude lucht uit Oost-Europa aangevoerd. De ijsbanen gaan open. Na vijf kwakkelwinters staan de organisatoren van toertochten te popelen om in actie te komen. Maar hoe zit het met de aangroei van ijs in de buitenwateren?

De vorming van natuurijs is een ingewikkeld proces, waarbij verschillende factoren een rol spelen. Het is niet zo dat temperaturen van onder het vriespunt altijd garant staan voor stevige ijsvloer. Van invloed op de ijsaangroei zijn wind, bewolking en luchtvochtigheid. Daarnaast spelen de stroomsnelheid van het water, diepte en ligging een rol.

Als er ijs ligt, kan dat alleen groeien als aan de onderzijde water bevriest. De vrijkomende stollingswarmte moet door hete ijsdek worden afgevoerd. Bij gelijke vorst groeit een dik ijsdek dus steeds trager. Na het eerste ontstaan van ijs speelt de waterdiepte nauwelijks meer een rol, aldus het KNMI.

Om de groei van het ijs te bepalen, heeft het KNMI in de Bilt in de jaren tachtig van de vorige eeuw een ijsgroeimodel ontwikkeld. Op basis van de weersverwachtingen wordt de te verwachten ijsgroei in beeld gebracht. De ervaringen met dit model zijn goed, aldus Herman Wessels, een van de onderzoekers die betrokken is geweest bij de ontwikkeling van het ijsgroei-model. De berekende ijsdikten blijken hoogstens tien procent af te wijken van de gemeten ijsvloer.

Het ijsmodel is van grote waarde voor de ijsverenigingen en de ijsmeesters van de Vereniging De Friesche Elf Steden. Wessels maakt deel uit van een groepje mensen, dat het Elfstedenbestuur adviseert over het wel of niet laten doorgaan van de tocht. Voorzitter Henk Kroes van de Vereniging De Friesche Elf Steden zegt vertrouwen te hebben in het ijsgroeimodel van het KNMI. ,,It is in ridlik betrouber model. Mar der hinget by de iisfoarming in protte fan de wyn ôf”, aldus Kroes. Als ijsmeester van de Elfstedenvereniging was hij jarenlang verantwoordelijk voor de toestand van het ijs op de route. Om meer kennis te vergaren, ging hij begin jaren tachtig op werkbezoek in Canada.

Wessels deed eind jaren negentig van de vorige eeuw onderzoek naar de ijsbedekking in Fryslân gedurende de winters in de twintigste eeuw. Met het ijsgroeimodel kan niet alleen vooruit worden gekeken, maar is het ook mogelijk de dikte van het ijs in vroegere winters te berekenen.

De KNMI-onderzoeker stelde vast dat in de vorige eeuw op ruim drieduizend dagen een ijsvloer van twee centimeter of meer in de Friese vaarten en meren heeft gelegen. Dat komt overeen met een gemiddelde van bijna dertig dagen per jaar. Wessels berekende ook de maximale ijsdikte in strenge winters van de vorige eeuw. Zo lag er in de winter van 1942 op sommige plaatsen meer dan een halve meter ijs in de vaarten. De winter van 1947 kwam tot 48 centimeter ijs en die van 1963 tot 42 centimeter. De laatste winter was zeer sneeuwrijk en dat was mede bepalend voor de ijsdikte. De extreem lange winter van 1996, waarbij tot half maart ijs in de sloten lag, leverde in Fryslân een ijsdikte van 35 centimeter op. Toen echter geen Elfstedentocht: er waren teveel wakken in de route. Een jaar later was het wel raak. Eind december 1996/begin januari 1997 vroor het kortstondig zo streng dat op 4 januari de Elftedentocht al kon worden verreden. De winter van 1997 gaat echter niet de boeken in als streng. Het kan in december al erg koud worden. Extreem koud was het bijvoorbeeld in december 1933. Op 16 december van dat jaar werd de Elfstedentocht verreden. De gemiddelde temperatuur kwam in die maand uit op –2,1 graden.

Bron: Friesch Dagblad

Disclaimer
Het KNMI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het niet of slechts ten dele uitkomen van de verstrekte verwachtingen. De levering van de weergegevens door het KNMI geschiedt onder de voorwaarden als bekend gemaakt in de Staatscourant nr. 226 van maandag 21 november 1988.