Alvestêdetocht
Elfstedentocht

1909:
Minne Hoekstra

1912/1917:
Coen de Koning

1929: Karst Leemburg

1933: Sipke Castelein

1940: A. Adema - D. v.d.
Duim - C. Jongert - P.
Keizer - S.
Westra

1941: Auke Adema

1942: Sietse de Groot

1947: Jan van der Hoorn

1954: Jeen van der Berg

1956: J. Nauta - J. van der
Hoorn - A. de Koning M.
Wijnhout - A.
Verhoeven

1963: Reinier Paping

1985/1986: Evert van Benthem

1997: Henk Angenent
Publicatie:
1 december 2001
Alvestêdetocht
Elfstedentocht
|
Al heel lang geldt het als een bijzonder sportieve prestatie om op een dag schaatsend alle elf Friese steden aan te doen: een afstand van bijna 200
kilometer. De hoofdstad van
Fryslân, is vanouds de start- en finishplaats en de deelnemers
rijden vanuit Leeuwarden naar achtereenvolgens
Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum,
Bolsward, Harlingen, Frane- ker, Dokkum en weer Leeuwarden.
Van enkele tientallen volbrengers uit vroeger eeuwen zijn de namen bekend gebleven. Hun successen werden in de familiekring trots van
genera- tie op generatie
doorverteld. Onder de honderden mannen en vrouwen die in de lange winter van 1890 op 1891 op eigen initiatief de tocht
volbrach- ten,
bevond zich ook de grote sportpionier Willem
'Pim" Mulier. Hij was het, die daarna op het idee kwam van een
'georganiseerde' Elfstedentocht. In 1909 was het zover. Toen schreef de Friesche IJsbond voor de eerste maal een
Elfstedenwedstrijd uit.
De Friesche IJsbond wilde het evenwel bij deze ene keer laten. Maar
Mr. Hepkema, advocaat te Leeuwarden, was van mening dat deze vorm van
schaatssport
levensvatbaar was. Hij achtte een aparte organisatie daar bij van belang. Enkele dagen
daarna op 15 januari 1909 werd de Vereniging "De Friesche Elf Steden" opgericht.
Het doel van de vereniging is het bevorderen van de ijssport in de provincie Fryslân en in het bijzonder het
organiseren zo mogelijk jaarlijks van Elfstedentochten op de schaats. Mr.
Hepkema was de eerste voorzitter.
De Elfstedentocht kent dus een wedstrijd en een toertocht die beiden op
dezelfde dag plaatsvinden. De wedstrijd en toerrijders schaatsen exact
dezelfde route. Tot nu toe werden er 15
Elfstedentochten gehouden; de eerste werd verreden in 1909 en de
voorlopig laatste in 1997. De winnaars op een rijtje.
Het dooide en het ijs was zacht maar op 2 januari 1909 werd de eerste
Elf- stedentocht verreden. Deze eerste tocht met wedstrijdelement kende drie uitblinkers; te weten: Minne
Hoekstra uit
Warga, Gerlof van de Leij uit Marrum en de Amsterdammer Tiete Solke
Rooseboom. De winnaar Minne Hoekstra benodigde 13 uur en 50 minuten van start tot finish. Dit was de eerste en gelijk de laatste tocht die door de Friese IJsbond werd
georganiseerd.
Drie jaar, een maand en 5 dagen later was het weer zover. Op 7 februari 1912 wordt de eerste tocht van de ‘Vereniging’ gewonnen door
Coen de Koning uit Arnhem, die meteen een nieuw
snelheidsrecord vestigt: 11 uur en 40 minuten. De Koning was niet alleen al Europees kampioen op de
langebaan geworden in 1904, maar had nog in 1912 het wereldduurrecord in zijn bezit. Het ijs was dit jaar erg zacht
geworden
door de dooi.
Precies vijf jaar later, op 7 februari 1917 vriest het licht. Ondanks het
slechte ijs rijdt Coen de Koning de tocht uit in slechts 9 uur en 53 minuten; opnieuw een
snelheidsrecord. Sjoerd
Swierstra, die in 1912 na een eindsprint op de derde plaats eindigde,
behaalde de tweede plaats.
Na 12 jaar wachten is het weer zo ver: 12 februari 1929. Ondanks de
strenge vorst was de kwaliteit van het ijs matig. Karst Leemburg, dan 39 jaar oud,
bewijst dat
leeftijd op lange afstand er minder toe doet en wint. Het verloop van de
wedstrijd was toch sensationeel, de twee oorspronkelijke koplopers
raakten hun
behoorlijke voorsprong kwijt door een verkeerde route te kiezen. Karst Leemburg kon het
snelheidsrecord niet verbeteren; hij benodigde van start tot finish: 11 uur en 9
minuten. Datzelfde jaar, op 28 februari, wordt er nog een Elfstedentocht
verreden. Deze tocht, op initiatief van drie caféhouders uit Leeuwarden, wordt ook wel de
Tolhuister Elfstedentocht genoemd, naar het café van één van de initiatiefnemers. Deze tocht wordt gewonnen door Marten van der Kooij uit
Hindeloopen. Deze tocht is tevens de tocht die het laatst in het jaar werd verreden, de officiële tocht van 1986 komt niet verder dan 26 februari.
Na een vroege vorstperiode, die al op 2 december inviel, is het na
twee weken al zover: 16 december 1933. Weer binnen een kortere tijd, 9
uur en 5 minuten. Abe de Vries en Sipke Castelein spreken met elkaar
af samen te finishen, maar omdat De Vries de finishlijn niet ziet,
wint Castelein alsnog. De Vereniging streek ditmaal over het hart en
beiden staan ze als winnaars op het Elfstedentochtmonument in Leeuwarden
vermeld. Ype Smid die een hele tijd aan kop had gereden moest het
uiteindelijk toch met een derde plaats doen.
Op 30 januari 1940; strenge vorst en veel sneeuw op het ijs. Dat waren de
ingrediënten voor een zware tocht die uiteindelijk vijf winnaars kent: A.
Adema uit
Franeker, D. v.d. Duim uit Warga, C. Jongert uit Maarssen, P. Keizer uit De Lier en S. Westra uit
Warmenhuizen. Omdat de sneeuwhopen langs de route het inhalen een moeilijke en
hachelijke zaak maken, spreken de vijf koplopers in een café in Dokkum af dat zij
gezamenlijk zullen finishen. Dit ‘Pact van Dokkum’, zoals het later werd bestempeld, wordt ondanks een onverwachte sprint van Adema in ere gehouden en inderdaad kent dit jaar vijf winnaars, die de tocht reden in 11 uur en 30 minuten.
Nederland was bezet door de Duitsers. In heel Europa was het oorlog;
de Tweede Wereldoorlog. Ook in 1941 kan de tocht worden
uitgeschreven, met zoveel inschrijvingen dat de organisatoren de tel
kwijtraakten. Op 22 januari van dit jaar wint Auke Adema hem alleen;
onder goede weersom- standigheden met zacht ijs in 8 uur en 44
minuten; een nieuw snelheids- record.
Het is windstil en het ijs is hard en glad op 22 januari 1942. Dit jaar wordt
opnieuw het
Elfstedentochtrecord gebroken, in 8 uur en 44 minuten rijdt Sietse de Groot de tocht uit.
Zonder te beseffen dat de complete kopgroep verkeerd heeft gereden en dus hun
kansen verloor. Met slechts een paar seconden voorsprong op Dirk de Jong wint toch
Sietse de Groot de tocht. Ondanks het mooie weer kost deze tocht aan drie mannen het
leven, zij lopen een tetanus infectie op aan hun bevroren tenen. De Duitse
bezetter
houd zich overigens netjes afzijdig van deze typische Hollandse traditie.
Op veel plaatsen is het ijs heel slecht en bovendien
staat er een straffe wind maar op 8 februari 1947 is het
weer zover. Deze tocht vormt een zwarte bladzijde in het
Elfstedentochtboek. Uit een onderzoek dat de Vereniging instelde na klachten die waren
binnengekomen, blijkt namelijk dat een aantal schaatsers zich
aan overtredingen schuldig heeft gemaakt . Het gaat daarbij
bijvoorbeeld om ‘opleggen’. Juist in de
sterke wind van dit jaar maakt het veel uit als een frisse schaatser een stuk voor je schaatst om je zo uit de wind te laten rijden. Het blijkt zelfs dat een aantal
deelnemers zich met de auto heeft laten vervoeren! Uiteindelijk wordt Jan van der Hoorn uit Ter Aar, die
oorspronkelijk als vijfde over de finishlijn reed, tot winnaar
uitgeroepen na een tocht van 10 uur en 36 minuten.
Onder deze perfecte omstandigheden wordt op 3 februari 1954 een tijd
gereden die 31 jaar lang niet verbroken zal worden, 7 uur en 35 minuten. De eindsprint is
chaotisch en spannend, omdat op het laatste stuk over de
Noorderbrug gekluund moet worden. De vijf kanshebbers, Jeen van den Berg, Jan
Charisius, Aad de Koning, Anton Verhoeven en Jeen Nauta sprinten over de laag stro naar het laatste stuk ijs. Daar valt Charisius, en gaan Van den Berg en Verhoeven de sprint aan. In de chaos denken zij het
finishbord te passeren. Helaas vermeldde dat bord ‘FINISH’, met daaronder in kleine letters: ‘over 500 meter’. Van den Berg passeert uiteindelijk als
eerste de eindstreep op
perfect ijs en met lichte vorst.
Ondanks een recordopkomst van tour en wedstrijdrijders, wordt de tocht op 14
februari 1956 overschaduwd door een anticlimax. De kopgroep besluit al bij Vrouwbuurtstermolen dat zij samen gaan finishen. Het bestuur is echter onverbiddelijk, zij hebben er geen wedstrijd van gemaakt en komen dan ook niet in aanmerking voor een prijs! De eerste vijf prijzen, J. Nauta uit
Wartena, J. van der Hoorn uit Ter Aar, A. de Koning uit
Purmerend, M. Wijnhout uit Lisserbroek en A. Verhoeven uit
Dussen, worden ingehouden, de als zesde binnengekomen Jeen van
den Berg houdt dus ook gewoon zijn zesde plaats. Op de
wedstrijddag vroor het hard en het ijs was ontzettend hobbelig. In 8 uur en 46 minuten volbrachten de vijf eersten de tocht.
De tocht op 18 januari 1963 bij strenge vorst en met
veel scheuren in het ijs was uniek in vele opzichten.
Hij ging de geschiedenis in als de meest barre van alle
tochten. Bovendien hadden radio en televisie de
Elfstedentocht ontdekt, zodat een veel groter publiek
het spektakel kon meemaken. Maar ook doordat er tot 1985
geen tocht meer volgde, werd deze tocht een ware
legende. Van de ruim 9000 toerrijders haalden er slechts
69 de eindstreep. Reinier Paping legde de laatste 100 kilometer alleen aan kop af, het duurde dan ook ruim 20 minuten na zijn zege voor de tweede rijder over de streep kwam.
Paping kwam over de finish na 10 uur en 59 minuten.
Friesland en Nederland heeft er meer dan 22 jaar op moeten wachten maar eindelijk was het dan zover op 21 februari 1985. In het eerste jaar van de nieuwe voorzitter,
ir. Jan Sipkema lijkt het of het lot ermee speelt. Had zijn voorganger,
drs. Jan Kuperus, nog nooit een tocht meegemaakt, in 1985 is het toch zover. Het is een circus
geworden, met vaak nog meer vertier naast het ijs dan erop. Langs de route zie je dan ook dweilorkesten,
spandoeken en massa’s mensen. Op het ijs heeft de lichtgewicht Van Benthem
voordeel op het wat zachte ijs door de invallende dooi
en na een spannen- de 200 meter eindsprint wordt meteen
een nieuw record gevestigd: 6 uur en 47 minuten. Voor
het eerst werd de Elfstedentocht in zijn geheel rechtstreeks uitgezonden door de
NOS-televisie en de beelden gaan via de Europese Eurovisie
organisatie EBU de hele wereld over.
Iets meer dan een jaar later op 26 februari 1986 is het weer zover, nu rijdt
Evert van Benthem al snel aan kop en behaalt weer de zege; nu in 6 uur en 55 minuten. Bijna net zoveel aandacht krijgt de Nederlandse kroonprins, Willem
Alexander, die zich onder de naam W.A. van Buren inschreef voor de
toertocht. Tot aan het eind aan toe blijft hij vrijwel onopgemerkt, maar
wanneer zijn trotse ouders hem bij de finish
opwachten is er niemand meer die niet weet dat niemand minder dan de toekomstig koning van
Nederland de Tocht der Tochten, die onder prima weersomstandigheden werd
gereden op redelijk tot goed ijs, tot een goed eind heeft gebracht. Wederom weer rechtstreeks op televisie bij de
NOS; en wederom kijken mensen over de hele wereld mee.
Na meer dan 10 jaar is het op 4 januari 1997 weer zover. Ondanks de vele
winden andere wakken, die het ijs ondanks ‘ijstransplantaties’
onbetrouwbaar doen blijven,
besluit Elfstedenvoorzitter Henk Kroes: ‘It giet oan’.
De kopploeg van zes mannen schaatst tot het eind toe stevig door. Af en toe probeert iemand weg te komen, maar er wordt dan al snel weer
aangesloten. Na een spannende eindsprint mag Henk Angenent uit Alphen aan de Rijn als eerste de lijn passeren in 6 uur en 49 minuten. Dan volgt er nog een grote teleurstelling voor Piet Kleine, die als vijfde eindigt. Hij heeft in
Hindeloopen een stempelpost gemist, verblind door de
cameralampen. Voor hem betekent dat diskwalificatie. Ook Henk Angenent kan het bestuur niet tot
clementie brengen, regels zijn regels. Een koude oosten wind
kenmerkte deze
Elfstedentocht, die in zijn geheel wederom rechtstreeks door de NOS-televisie werd
uitgezonden in Nederland en
vele andere landen.
|
Alvestêdetocht
Elfstedentocht

Alvestêdetocht
Elfstedentocht
De Friesche Elfsteden

Leeuwarden

Sneek

IJlst
Gemeente Wymbritseradiel

Sloten
Gemeente Gaasterlân-Sleat

Stavoren
Gemeente Nijefurd

Hindeloopen
Gemeente Nijefurd

Workum
Gemeente Nijefurd

Bolsward

Harlingen

Franeker
Gemeente Franekeradeel

Dokkum
Gemeente Dongeradeel

Leeuwarden
|


Eurovisie NOS-televisie
Barthlehiem

Niet meer dan een vlek in het ruige Friese landschap is het; Bartlehiem. Zelfs een kerk of een school
hebben ze er niet. Wel een aantal boerderijen, een jachtwerf en een
beeld- houwersatelier.
Het dorp met zijn 70 inwoners dankt zijn
naam aan een klooster
dat er ooit heeft gestaan met de naam Bethlehem. Later verbasterd tot
Barthlehiem.
Desalniettemin is het dorp wereldberoemd dankzij de tocht der tochten waarbij schaatsers twee maal onder de
Finkumerbrug door moeten, op weg naar Dokkum en weer terug richting Leeuwarden.
Pas vanaf 1933 werd het beroemd omdat de Elfstedentocht toen voor de eerste keer om de Zuid werd gereden.
|
|